ECLI:NL:CRVB:2005:AT2830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omvang arbeidsurenverlies bij meerdere dienstverbanden volgens artikel 16 WW
Appellant was werkzaam bij twee werkgevers: Stichting Stad en Welzijn te Zwolle en Stichting De Boeg te Utrecht. Na ontbinding van het dienstverband bij de eerste werkgever vroeg appellant een WW-uitkering aan. De uitkeringsinstantie berekende het arbeidsurenverlies door alle gewerkte uren bij beide werkgevers mee te nemen.
Appellant betwistte deze berekeningswijze en stelde dat alleen de uren van het dienstverband waaruit het arbeidsurenverlies voortkomt, in aanmerking moesten worden genomen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad overweegt dat artikel 16, tweede lid, WW het gemiddeld aantal arbeidsuren in de 26 weken voorafgaand aan het arbeidsurenverlies als totaal beschouwt, ongeacht het aantal dienstverbanden. Hierdoor leidt de berekening tot een relatief ongunstig resultaat voor appellant, maar dit vloeit voort uit de wettelijke keuze.
De Raad wijst ook op eerdere jurisprudentie en benadrukt dat het beroep op commentaar bij artikel 20 WW Pro niet relevant is voor de vraag over de omvang van het arbeidsurenverlies. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de berekening van het arbeidsurenverlies inclusief alle dienstverbanden bevestigd.