ECLI:NL:CRVB:2005:AT3007
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen disciplinaire ontslagambtenaar gemeente Delft
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft verleende aan gedaagde, een commercieel medewerker bij een sociale werkvoorzieningsinstelling, ontslag wegens plichtsverzuim. Gedaagde zou opdrachten van vaste klanten hebben doorgeleid naar een eigen onderneming en daarbij ook werkzaamheden onder werktijd hebben uitgevoerd, wat tot omzetverlies voor de instelling zou hebben geleid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de ontslagbeslissing gegrond en vernietigde het besluit, waarna het College in hoger beroep ging en tevens een voorlopige voorziening verzocht om schorsing van de uitspraak van de rechtbank. De voorzieningenrechter oordeelde dat nader onderzoek nodig is om de complexiteit van de zaak te doorgronden en dat het plichtsverzuim mogelijk ernstiger is dan de rechtbank aannam.
Echter, de voorzieningenrechter vond de omvang van het plichtsverzuim niet zodanig ernstig dat het ontslag naar verwachting niet onevenredig zou zijn. Gezien het feit dat het incident uit 1997 dateert en er geen aanwijzingen zijn voor verdere schade, werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd het College veroordeeld tot vergoeding van een deel van de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het disciplinaire ontslag is afgewezen.