ECLI:NL:CRVB:2005:AT3041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens niet tijdig indienen rechtmatigheidsformulier
Appellante ontving sinds 1998 een bijstandsuitkering. Voor oktober 2000 gaf zij aan vanaf 13 november 2000 tijdelijk werkzaam te zijn via een uitzendbureau. Zij leverde het rechtmatigheidsformulier over november 2000 echter pas op 17 november 2000 in, terwijl dit uiterlijk begin november had moeten gebeuren.
Gedaagde schortte de uitkering op per 1 november 2000 wegens het niet tijdig indienen van het formulier en gaf appellante de gelegenheid dit binnen een week na ontvangst van de brief van 19 januari 2001 te herstellen. Appellante reageerde niet, waarna de uitkering per 1 november 2000 werd beëindigd en de onverschuldigde bijstand teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, en de Raad bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellante het verzuim valt aan te rekenen en dat geen dringende redenen zijn aangevoerd om van intrekking af te zien. Ook de terugvordering is rechtmatig. De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijstandsuitkering wordt beëindigd wegens niet tijdig indienen van het rechtmatigheidsformulier en de onverschuldigde bijstand wordt teruggevorderd.