ECLI:NL:CRVB:2005:AT3078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens vermogen Mercedes 1996-1997
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Gedaagde stelde het recht op bijstand over twee periodes (5 augustus 1996 tot 17 januari 1997 en 2 maart 2000 tot 2 juni 2000) te hebben ingetrokken wegens vermoeden van vermogen in de vorm van Mercedes-auto's.
Voor de periode 1996-1997 oordeelt de Raad dat het vermoeden onvoldoende feitelijke grondslag heeft. Hoewel appellant verzekeringen en koopcontracten tekende, was geen registratie op zijn naam en was er geen bewijs van feitelijk gebruik of beschikkingsmacht. Het besluit ontbeert daarom een deugdelijke motivering en wordt vernietigd.
Voor de periode 2000-2000 is het bezit van een Mercedes met kenteken [kenteken 3] wel voldoende vastgesteld. Appellanten hebben dit niet gemeld, wat een schending van de inlichtingenplicht vormt. Het besluit tot intrekking en terugvordering over deze periode blijft gehandhaafd.
De Raad veroordeelt gedaagde in de proceskosten en bepaalt dat een nieuw besluit moet worden genomen over de eerste periode. Tevens wordt het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Besluit tot intrekking en terugvordering bijstand over 1996-1997 vernietigd, over 2000 gehandhaafd.