ECLI:NL:CRVB:2005:AT3081
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oordeel over loonkarakter onkostenvergoedingen en matiging boetenota's
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Assen waarin haar beroep tegen het besluit van 12 juli 2000 ongegrond werd verklaard. Het geschil betreft de kwalificatie van verstrekte onkostenvergoedingen als loon en de hoogte van opgelegde boetenota's over de jaren 1994 en 1995.
De Raad stelt vast dat appellante geen deugdelijke onderbouwing heeft geleverd voor de als onkosten geboekte vergoedingen, ondanks herhaalde kansen daartoe. Hierdoor zijn deze vergoedingen terecht als loon aangemerkt, conform vaste jurisprudentie. Ten aanzien van de boetenota's is de Raad van oordeel dat, hoewel de procedure bijna vijf jaar duurde, de vertraging deels aan appellante te wijten is en dat de reeds door gedaagde toegepaste matiging van 10% passend is.
De Centrale Raad van Beroep ziet geen aanleiding voor verdere matiging of toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Hiermee wordt het standpunt van gedaagde gehandhaafd en het beroep van appellante afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat onkostenvergoedingen als loon zijn aangemerkt en handhaaft de matiging van boetenota's met 10%.