ECLI:NL:CRVB:2005:AT3144
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving een bijstandsuitkering volgens de Algemene bijstandswet (Abw) als alleenstaande. Naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek werd een sociaal rechercheonderzoek ingesteld, waaruit bleek dat appellant naast zijn hoofdverblijf ook een woning verhuurde en inkomsten uit onderhuur had. Deze inkomsten heeft appellant niet gemeld aan het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam.
Het College herzag het recht op uitkering over de periode van 7 december 1998 tot en met 31 december 1999 en vorderde de bijstandskosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, stellende dat het niet voldoen aan de inlichtingenplicht een rechtsgrond vormt voor intrekking van de bijstand.
De Raad overwoog dat het niet melden van de onderhuurinkomsten de vaststelling van de bijstandsbehoevendheid onmogelijk maakte, mede omdat objectieve en controleerbare gegevens over de hoogte van deze inkomsten ontbraken. Ook de strafrechtelijke uitspraak waarbij appellant schuldig werd bevonden zonder strafoplegging, deed hieraan niet af. Van dringende redenen om af te zien van intrekking was geen sprake. De Raad bevestigde daarom de intrekking en terugvordering van de bijstand en wees het beroep af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.