ECLI:NL:CRVB:2005:AT3326
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedifferentieerde WAO-premie ondanks zwangerschap en trauma tijdens tijdelijk dienstverband
Appellante stelde hoger beroep in tegen uitspraken van de rechtbank die de vastgestelde gedifferentieerde WAO-premies over de jaren 1998, 1999 en 2000 bevestigden. De premies waren mede gebaseerd op een WAO-uitkering toegekend aan een werknemer die arbeidsongeschikt werd tijdens een tijdelijk dienstverband, veroorzaakt door zwangerschap en een ernstig trauma na de bevalling.
De rechtbank oordeelde dat de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid niet relevant is voor de premiedifferentiatie en dat de arbeidsongeschiktheid binnen het dienstverband was ingetreden. Het beroep op het Mary Brown-arrest van het Hof van Justitie werd verworpen. De Raad onderschreef deze overwegingen en benadrukte dat de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid geen rol speelt bij de vaststelling van de premie.
Verder wees de Raad het beroep af dat de gemiddelde loonsom onjuist was berekend over vijf in plaats van vier jaren en dat terugwerkende kracht van de wet niet is toegestaan. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en zag geen reden tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De gedifferentieerde premies blijven daarmee ongewijzigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vastgestelde gedifferentieerde WAO-premies en wijst het hoger beroep af.