ECLI:NL:CRVB:2003:AF6659
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit gedifferentieerde premie WAO ondanks geschil over eerste arbeidsongeschiktheidsdag
Appellante betwistte de toekenning van een WAO-uitkering aan een voormalige werkneemster en de daarmee samenhangende gedifferentieerde premie van 3,57% voor het jaar 2000. Zij stelde dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag niet binnen het dienstverband viel en dat de WAO-uitkering daarom buiten beschouwing moest blijven. Tevens vroeg zij inzage in de medische stukken die aan de toekenning ten grondslag lagen.
De Raad stelde vast dat de werkneemster toestemming had gegeven voor het delen van medische en arbeidskundige gegevens, die aan appellante ter beschikking waren gesteld. Hierdoor kon appellante inhoudelijk reageren op de toekenning van de WAO-uitkering. De Raad oordeelde dat er geen schending was van artikel 6 EVRM Pro.
De Raad bevestigde dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag terecht was vastgesteld op 12 november 1996, toen de werkneemster nog in dienst was. De samenstelling van arbeidsongeschiktheidsperioden volgens artikel 19 WAO Pro laat de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid buiten beschouwing. Appellante kon daarom terecht worden geconfronteerd met de gedifferentieerde premie gebaseerd op de uitkering aan de werkneemster.
De Raad zag geen aanleiding om het besluit te vernietigen of appellante in de proceskosten te compenseren en wees het beroep af. Ook achtte de Raad de reïntegratieverplichtingen niet relevant voor de premie vaststelling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot vaststelling van de gedifferentieerde premie WAO op 3,57% en verklaart het hoger beroep ongegrond.