ECLI:NL:CRVB:2005:AT3351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellante ontvangt sinds januari 2001 een bijstandsuitkering. Na een huisbezoek en een telefoongesprek ontstond twijfel over haar verblijfplaats, waarna gedaagde haar verzocht om opgave van logeeradressen. Appellante verstrekte deze informatie, maar gedaagde schortte het recht op bijstand op en beëindigde het vervolgens wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad vond dat appellante de gevraagde adressen had opgegeven en niet had geweigerd medewerking te verlenen. Gedaagde had de opgegeven adressen niet gecontroleerd en er was geen bewijs dat appellante bewust informatie had achtergehouden.
Daarom vernietigde de Raad het besluit tot intrekking van de bijstand en bepaalde dat gedaagde een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt vernietigd en gedaagde moet een nieuw besluit nemen.