ECLI:NL:CRVB:2005:AT3473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.C.F. Talman
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Ontslag aspirant-agent wegens gebrek aan geschiktheid tijdens basisopleiding
Appellant werd tijdelijk aangesteld als aspirant-agent en volgde de Primaire Opleiding Medewerker Basispolitiezorg. Tijdens de opleiding bleek dat appellant niet voldeed aan de vereiste geschiktheid, met name op het gebied van samenwerking en rolbewustzijn. Op grond hiervan verleende de Korpsbeheerder van de politieregio Kennemerland eervol ontslag.
Appellant stelde dat het ontslag onterecht was en dat de korpsbeheerder niet bevoegd was tot het nemen van dit besluit zonder tussenkomst van het Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie. Tevens betoogde hij dat het ontslagbesluit in strijd was met het motiveringsbeginsel en dat er sprake was van vooringenomenheid.
De Raad oordeelde dat de bevoegdheid tot ontslag op grond van artikel 89, vierde lid, van het Barp bij de korpsbeheerder berust en niet afhankelijk is van het LSOP. De Raad vond de onderbouwing van het ontslag voldoende, gebaseerd op verslagen van verschillende docenten en begeleiders. Er was geen aanwijzing voor vooringenomenheid.
Verder vernietigde de Raad het vonnis voor zover de voorzieningenrechter het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard zonder proceskostenveroordeling. De Raad veroordeelde de politieregio Kennemerland tot vergoeding van proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep.
Het hoger beroep werd voor het overige afgewezen en het ontslag bevestigd.
Uitkomst: Het eervol ontslag van de aspirant-agent wordt bevestigd en de politieregio Kennemerland wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.