ECLI:NL:CRVB:2005:AT3475
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid en inhoud tegemoetkoming ziektekosten RDW-regeling
Gedaagde, werkzaam bij de Dienst Wegverkeer (RDW), verzocht om een tegemoetkoming in ziektekosten terwijl hij niet deelneemt aan de collectieve ziektekostenverzekering van de RDW, maar bij zijn eigen verzekeraar is verzekerd. De RDW wees dit verzoek af, wat door de rechtbank werd vernietigd vanwege formele gebreken in de vaststelling van de Regeling tegemoetkoming ziektekosten.
De Centrale Raad van Beroep constateerde dat de Regeling achteraf door de directie is vastgesteld en goedgekeurd, waardoor de formele gebreken zijn hersteld. Vervolgens onderzocht de Raad of het onderscheid dat alleen deelnemers aan de collectieve verzekering recht hebben op vergoeding, in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De Raad oordeelde dat dit onderscheid objectief en redelijk gerechtvaardigd is vanwege solidariteit en het doel om brede deelname te stimuleren.
De Raad vond het niet onrechtmatig dat gedaagde zijn recht op vergoeding verloor door zijn keuze voor een eigen verzekering, ook al had hij jarenlang een vergoeding ontvangen. De overgangsmaatregelen voor schrijnende gevallen omvatten geen geleidelijke afbouw van rechten. De Raad vernietigde het nadere besluit en bevestigde dat de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit in stand blijven. Tevens veroordeelde de Raad appellant in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De afwijzing van de tegemoetkoming in ziektekosten wordt bevestigd en het nadere besluit vernietigd.