ECLI:NL:CRVB:2005:AT3519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Korting op WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen ondanks medische beperkingen
De zaak betreft een geschil over een korting op de WW-uitkering van gedaagde, opgelegd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen. De korting van 20% over 16 weken werd opgelegd omdat gedaagde minder dan één sollicitatie per week had verricht, wat volgens artikel 24 van Pro de WW verplicht is.
De rechtbank had het besluit vernietigd omdat zij vond dat UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar individuele omstandigheden zoals leeftijd, arbeidsverleden, regionale arbeidsmarkt en medische beperkingen. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het UWV terecht een sollicitatieplicht van ten minste één sollicitatie per week mag eisen en dat het niet nakomen daarvan in beginsel een causaal verband heeft met het voortduren van werkloosheid.
De Raad acht de door de rechtbank verlangde onderbouwing met concrete regionale vacaturegegevens niet noodzakelijk, ook gezien de medische beperkingen en arbeidsverleden van gedaagde. De Raad bevestigt dat gedaagde geschikt is voor gangbare arbeid en dat er passende vacatures beschikbaar waren. De waarschuwing vooraf aan gedaagde maakt dat de maatregel niet onverwacht kwam. De korting op de uitkering is daarmee rechtmatig en niet in strijd met algemene rechtsbeginselen.
Uitkomst: De korting van 20% op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie is rechtmatig en wordt gehandhaafd.