ECLI:NL:CRVB:2005:AT3546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand na schadevergoeding wegens inkomstenderving
Appellant ontving vanaf 1994 een bijstandsuitkering en liep op 16 maart 1998 een verkeersongeval op. De verzekeraar van de wederpartij keerde een schadevergoeding uit, waarvan een deel bestemd was voor inkomstenderving. Het College van burgemeester en wethouders stelde vast dat een bedrag van f 10.800,-- als compensatie voor inkomstenderving diende te worden aangemerkt en vorderde de kosten van bijstand terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de terugvordering terecht was. Appellant stelde hoger beroep in met het argument dat de werkelijke inkomstenderving hoger was en dat de gemeente zich rechtstreeks tot de verzekeraar had moeten richten. Tevens voerde appellant aan dat de immateriële schade hoger was dan aangenomen.
De Raad overwoog dat geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien en bevestigde het oordeel van de rechtbank. De vergoeding voor inkomstenderving werd aangemerkt als middelen in de zin van de Algemene bijstandswet en toegerekend aan de periode van 16 maart 1998 tot 16 september 1999. De terugvordering van de kosten van bijstand was daarmee rechtmatig.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gegeven op 31 maart 2005 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstandskosten wegens ontvangen schadevergoeding voor inkomstenderving.