ECLI:NL:CRVB:2005:AT3667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstandsuitkering wegens ontvangen erfdeel zonder voorafgaand intrekkingsbesluit
Appellante ontving een bijstandsuitkering en kreeg op 25 september 2001 een erfdeel van f 52.388,81. De gemeente trok daarop het bijstandsrecht met terugwerkende kracht in en vorderde kosten terug. De rechtbank vernietigde het intrekkingsbesluit maar liet de terugvordering in stand. Appellante ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
De Raad stelt vast dat terugvordering op grond van artikel 82 Abw Pro mogelijk is zonder voorafgaande intrekking van het recht op bijstand volgens artikel 69 Abw Pro. De ontvangen middelen moeten worden verrekend met de vermogensgrens op de peildatum. Schulden kunnen alleen in mindering worden gebracht als zij op de peildatum bestonden en een concrete terugbetalingsverplichting hadden.
De Raad oordeelt dat de schulden van appellante niet in mindering kunnen worden gebracht omdat deze na de peildatum dateren of onvoldoende concreet zijn. De terugvordering van bijstandskosten is daarom terecht. Wel wordt het intrekkingsbesluit van 13 december 2001 herroepen omdat dit niet vereist is voor terugvordering.
De Raad veroordeelt de gemeente in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak bevestigt de terugvordering, herroept het intrekkingsbesluit en regelt de kostenverdeling.
Uitkomst: De terugvordering van bijstandskosten wordt bevestigd, het intrekkingsbesluit herroepen en de gemeente veroordeeld in proceskosten en griffierecht.