ECLI:NL:CRVB:2005:AT3926
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting psychische beperkingen
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) dat haar WAO-uitkering herzag tot een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55% per 29 april 2000. De rechtbank had dit besluit eerder bevestigd, waarbij zij zich baseerde op een psychiatrisch rapport van deskundige N. van Loenen en een uitgebreide motivering omtrent de geschiktheid van drie functies voor appellante.
In hoger beroep betoogt appellante dat zij psychisch forser beperkt is dan aangenomen door het Uwv en de rechtbank. De Centrale Raad van Beroep overweegt echter dat de deskundige Van Loenen geen bezwaren had tegen de drie functies en dat de toelichting van de verzekeringsarts overtuigend is. Er is geen aanleiding om het besluit te vernietigen op grond van artikel 8:69 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad benadrukt dat het oordeel van een onafhankelijke deskundige in beginsel wordt gevolgd en dat appellante geen nieuwe medische informatie heeft aangeleverd die het oordeel zou kunnen wijzigen. Daarom bevestigt de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.