ECLI:NL:CRVB:2005:AT3936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsongeschiktheidspercentage en geschiktheid geselecteerde functies in WAO-schatting
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) waarin zijn arbeidsongeschiktheid volgens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) is vastgesteld op 25 tot 35% met ingang van 1 juli 1999. De rechtbank Maastricht had dit besluit eerder bevestigd en het bezwaar ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn belastbaarheid was onderschat en dat hij niet in de geselecteerde functies kon werken. De Raad overwoog dat de bezwaararbeidsdeskundige de mate van arbeidsongeschiktheid berekende op 15 tot 25%, wat bevestigt dat de inschatting van 25 tot 35% niet te laag was. Ook het oordeel van de orthopedisch chirurg uit 1996 werd meegewogen, waaruit bleek dat voldoende functies beschikbaar zijn binnen de geschatte belastbaarheid.
De Raad vond geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen, mede gelet op artikel 8:69 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De medische gegevens waren toereikend en de niet-medisch onderbouwde mening van appellant werd niet doorslaggevend geacht. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt bevestigd.