ECLI:NL:CRVB:2005:AT4197
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger beroep over vaststelling arbeidskundige grondslag AAW-uitkering
Appellante, een zelfstandige vishandelaarster, verzocht om een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) omdat zij sinds oktober 1995 geheel arbeidsongeschikt was. Gedaagde kende haar een uitkering toe op basis van een arbeidskundige grondslag van 2,42 gulden per dag, berekend op een arbeidsduur van minder dan de voor haar beroep normale 38 uur per week.
Appellante maakte bezwaar tegen deze grondslag, stellende dat zij voltijds had gewerkt. De rechtbank wees het bezwaar af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad stelde vast dat appellante jarenlang had aangegeven 30 à 31 uren per week te hebben gewerkt, en dat de latere claim van voltijds werken onvoldoende geloofwaardig was.
De Raad concludeerde dat appellante niet voldeed aan de norm van een normale arbeidsduur van 38 uur per week in het jaar voorafgaand aan haar arbeidsongeschiktheid. Hierdoor was de vastgestelde grondslag op basis van het werkelijk verdiende inkomen terecht. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.