ECLI:NL:CRVB:2005:AT4358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuiste bevoegdheidsgrondslag
Appellante ontving bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Gedaagde trok het recht op bijstand met ingang van 24 juni 2003 in en vorderde terugbetaling van bijstandskosten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak wegens toepassing van onjuiste bevoegdheidsgrondslag.
De Raad oordeelt dat vanaf 1 januari 2004 de Wet werk en bijstand (WWB) van toepassing is en dat de artikelen 54, 58 en 59 van de WWB ook gelden voor bijstand verleend vóór de inwerkingtreding van de WWB. De intrekking van het recht op bijstand wordt beperkt tot de periode van 24 juni 2003 tot en met 11 januari 2004, omdat appellante vanaf die datum een vrijwaringsbewijs overlegd heeft waaruit blijkt dat de auto niet meer tot haar vermogen behoorde.
De Raad bevestigt dat appellante de inlichtingenplicht heeft geschonden door het bezit van een auto niet tijdig te melden, waardoor zij geen recht had op bijstand over de genoemde periode. De terugvordering van de kosten van bijstand over de periode 24 juni 2003 tot en met 31 december 2003 blijft in stand. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking wordt beperkt en de terugvordering blijft gehandhaafd.