ECLI:NL:CRVB:2005:AT4519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- H.J. de Mooij
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum bijstandsuitkering en aanvraagdatum betwist in hoger beroep
Gedaagde meldde zich op 21 augustus 2000 bij het wijkkantoor Centrum van de Dienst Sociale Zaken in Den Haag om een bijstandsuitkering aan te vragen, maar kon zich toen niet legitimeren. De gemeente kende de uitkering toe met ingang van 1 mei 2001, waarna gedaagde bezwaar maakte omdat zij meende dat de aanvraag al op 21 augustus 2000 had plaatsgevonden.
De rechtbank stelde gedaagde in het gelijk en bepaalde dat de uitkering met ingang van die datum moest worden toegekend. De gemeente ging in hoger beroep en voerde aan dat onvoldoende bewijs bestond dat gedaagde op 21 augustus 2000 een aanvraag had ingediend.
De Raad oordeelde dat er geen voldoende bewijs was dat gedaagde zich op 21 augustus 2000 bij het wijkkantoor Slachthuisplein had gemeld voor een aanvraag. Wel werd de brief van 19 april 2001 als een geldige aanvraag beschouwd. De Raad vernietigde het eerdere besluit en bepaalde dat de gemeente een nieuw besluit moest nemen uitgaande van de aanvraagdatum 19 april 2001.
Daarnaast veroordeelde de Raad de gemeente tot betaling van de proceskosten en het griffierecht aan gedaagde.
Uitkomst: De aanvraag van de bijstandsuitkering wordt vastgesteld op 19 april 2001 en niet op 21 augustus 2000; het eerdere besluit wordt vernietigd.