ECLI:NL:CRVB:2005:AT4531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Recht op warme maaltijden als loon in natura in sociale verzekeringspremies
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) en Restaurant B.V. over de kwalificatie van het recht op warme maaltijden als loon in natura voor sociale verzekeringspremies. Na een looncontrole legde het Uwv correctienota’s en boetenota’s op aan de werkgever vanwege het niet afdragen van premies over het verstrekken van warme maaltijden aan keukenpersoneel.
De rechtbank vernietigde het besluit van het Uwv en oordeelde dat het recht op warme maaltijden niet als loon in natura kan worden aangemerkt als de werknemers daadwerkelijk afstand doen van het recht en de maaltijden niet worden genoten. Het Uwv ging hiertegen in hoger beroep, stellende dat het recht op de maaltijd vorderbaar en inbaar is en daarom loon vormt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat loon dat niet is genoten niet als loon in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering geldt. Het recht op een warme maaltijd is geen aanspraak die automatisch als loon wordt beschouwd zonder daadwerkelijke consumptie. De Raad verwierp het standpunt van het Uwv dat het recht op de maaltijd reeds vorderbaar is zonder dat de werknemer hierom verzoekt. Het hoger beroep werd afgewezen en het Uwv werd veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Uwv wordt afgewezen en het recht op warme maaltijden wordt niet als loon in natura aangemerkt indien werknemers afstand doen van het recht en de maaltijd niet wordt genoten.