ECLI:NL:CRVB:2005:AT4551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bezwaar tegen vaststelling gedifferentieerde WAO-premie wegens complicaties zwangerschap
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Breda die het bezwaar tegen de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie over 2002 ongegrond verklaarde. De premie was mede gebaseerd op een WAO-uitkering toegekend aan een ex-werkneemster van appellante vanwege arbeidsongeschiktheid door complicaties bij zwangerschap en bevalling.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de oorzaak van arbeidsongeschiktheid geen rol speelt bij de premiedifferentiatie, conform eerdere jurisprudentie. Het beroep op het verbod van indirecte discriminatie wegens geslacht faalt omdat de wetgeving geen onderscheid naar geslacht maakt bij de premie of WAO-toekenning.
Appellante kon haar stelling dat artikel 4, vijfde lid, van het Besluit premiedifferentiatie een drempel vormt voor vrouwen op de arbeidsmarkt niet bewijzen. Ook het beroep op het IAO-verdrag 103 betreffende bescherming van het moederschap wordt verworpen. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en ziet geen reden tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het bezwaar tegen de vastgestelde gedifferentieerde WAO-premie over 2002.