ECLI:NL:CRVB:2005:AT4803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na verstoorde arbeidsverhouding
Appellante werkte sinds 1986 als administratief assistente bij ASM Lithography B.V. en meldde zich in augustus 2001 ziek vanwege verslechterde arbeidsverhoudingen. Tijdens haar ziekte verrichtte zij werkzaamheden in de cafetaria van haar dochter zonder dit te melden aan haar werkgever, wat leidde tot een ontslag op staande voet dat later werd ingetrokken. De arbeidsovereenkomst werd uiteindelijk ontbonden wegens veranderde omstandigheden, waarbij de verslechterde arbeidsverhouding aan appellante werd toegerekend.
Appellante vroeg een WW-uitkering aan, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werd geweigerd op grond van verwijtbare werkloosheid. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat appellante zich zodanig had gedragen dat zij moest begrijpen dat haar handelen tot ontslag zou kunnen leiden. De Raad stelde vast dat het verrichten van werkzaamheden tijdens ziekte zonder toestemming, juist in de context van een verstoorde arbeidsrelatie, verwijtbaar was.
De Raad verwierp het beroep van appellante en bevestigde de weigering van de WW-uitkering. Er werd geen reden gezien om de maatregel te matigen wegens verminderde verwijtbaarheid. Ook werd geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak werd in het openbaar gegeven op 6 april 2005.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.