ECLI:NL:CRVB:2005:AT4804
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering geweigerd wegens ontbreken toename verzekerde beperkingen
Appellant, sinds 1970 werkzaam als houtbewerker, ontvangt sinds 1972 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na herkeuringen en arbeidskundig onderzoek in 1990 en 1991 werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 15-25%. In 1998 meldde appellant zich met toegenomen arbeidsongeschiktheid en vroeg om herkeuring. Gedaagde liet een onderzoek uitvoeren via de Marokkaanse CNSS en stelde een belastbaarheidspatroon op dat nagenoeg overeenkwam met dat van 1990. Hoewel er toegenomen klachten waren, oordeelde gedaagde dat deze niet verzekerd waren omdat ze niet uit dezelfde oorzaak voortkwamen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bestreden besluit onzorgvuldig is genomen. De Raad stelt dat volgens artikel 37 WAO Pro herziening alleen geweigerd mag worden als toename van beperkingen kennelijk uit een andere oorzaak voortkomt. Dit is onvoldoende onderbouwd. De Raad vernietigt het besluit en beveelt een nieuwe beslissing op bezwaar.
Daarnaast bepaalt de Raad dat het recht van appellant wordt vergoed. De uitspraak benadrukt het beschermende karakter van artikel 37 WAO Pro en dat bij twijfel het voordeel van de betrokkene moet gelden.
Uitkomst: Het besluit tot weigering herziening WAO-uitkering wordt vernietigd en gedaagde dient een nieuw besluit te nemen.