ECLI:NL:CRVB:2005:AT4805
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Opschorting en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving een bijstandsuitkering en werd door gedaagde verzocht bankafschriften en informatie over een Postbankrekening te verstrekken. Appellant maakte geen melding van deze rekening en zijn rol als administrateur van een bedrijf. Hierdoor werd het recht op bijstand opgeschort en later beëindigd. De rechtbank vernietigde enkele besluiten wegens procedurele fouten, maar verklaarde andere beroepen ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door het niet tijdig verstrekken van bankafschriften en het niet melden van zijn administrateurschap. Dit rechtvaardigde opschorting en beëindiging van de bijstand. De Raad stelde de ingangsdatum van de opschorting vast op 24 januari 2001 en vernietigde besluiten die onjuist waren vastgesteld.
Verder werd geoordeeld dat de wijze van herziening en terugvordering van de bijstand onjuist was omdat geen maandelijkse beoordeling had plaatsgevonden. De Raad vernietigde het besluit tot herziening en terugvordering en beval een nieuw besluit. De aanvraag voor bijzondere bijstand werd afgewezen omdat appellant geen relevante wijziging in omstandigheden had aangetoond. De Raad veroordeelde gedaagde tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De opschorting van de bijstand wordt vastgesteld per 24 januari 2001, de beëindiging bevestigd, besluiten over terugvordering vernietigd en een nieuw besluit bevolen.