ECLI:NL:CRVB:2005:AT4813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing overname loonvordering wegens ontbreken blijvende betalingsonmacht werkgever
Appellant was sinds december 1999 in dienst bij een tegelzettersbedrijf en nam ontslag in maart 2000 wegens het niet tijdig ontvangen van loon. Na sommatie en een gerechtelijke procedure werd de werkgever veroordeeld tot betaling, maar het loon bleef onbetaald. De werkgever werd in april 2001 failliet verklaard. Appellant vroeg vervolgens bij het UWV overname van de uit dienstbetrekking voortvloeiende verplichtingen, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de werkgever op het moment van ontslag niet in een blijvende betalingsonmacht verkeerde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de werkgever na het ontslag nog loon aan andere werknemers betaalde en dat appellant onvoldoende snel en doelgericht actie had ondernomen om zijn vordering te incasseren. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel na behandeling in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat de werkgever op 9 maart 2000 in een blijvende betalingsonmacht verkeerde en dat appellant onnodig lang wachtte met het dagvaarden van de werkgever. Hierdoor kon niet worden aangenomen dat het niet kunnen innen van de vordering uitsluitend aan betalingsonmacht te wijten was. De Raad wees ook een verzoek tot proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de overname van loonvorderingen wordt bevestigd.