ECLI:NL:CRVB:2005:AT4814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens niet aanvaarden passend werk door werktijd kinderopvangprobleem
Gedaagde en haar echtgenoot waren sinds 1992 werkzaam bij Wasserij De Lelie BV, met werktijden vanaf 8.15 uur. Na ontslag in 2001 boden twee wasserijen passend werk aan met werktijden vanaf 7.15 uur, wat gedaagde niet accepteerde vanwege het ontbreken van voorschoolse kinderopvang voor haar jonge kinderen.
Het UWV weigerde daarom haar WW-uitkering, stellende dat zij passend werk niet had aanvaard. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende onderzoek naar kinderopvangmogelijkheden en het ontbreken van een draagkrachtige motivering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat gedaagde onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het kinderopvangprobleem onoplosbaar was. Ook is onvoldoende gesteld dat haar echtgenoot zijn werktijden niet kon aanpassen. Daarom is het beroep van het UWV gegrond en wordt het vonnis van de rechtbank vernietigd.
De Raad ziet geen reden tot veroordeling in proceskosten en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.