ECLI:NL:CRVB:2005:AT4816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging WAO-uitkering wegens onvoldoende rekening houden met beperkingen
Appellante ontving een WAO-conforme uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling werd haar uitkering verlaagd tot een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%, wat zij betwistte. De Raad stelde een onafhankelijk longarts in die concludeerde dat appellante door haar allergisch asthma bronchiale en bronchiale hyperreactiviteit slechts beperkt geschikt was voor arbeid, met beperkingen in uren, werkduur en stressfactoren.
De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige hadden deels afwijkende opvattingen, maar het rapport van de onafhankelijke longarts werd door de Raad gevolgd. De Raad oordeelde dat het UWV bij een nieuw besluit rekening moet houden met de door de longarts gestelde beperkingen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het UWV veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante in eerste aanleg en hoger beroep, inclusief kosten voor rechtsbijstand, reiskosten en psychologisch rapport. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 27 april 2005.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlaging van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit met inachtneming van de beperkingen van appellante.