ECLI:NL:CRVB:2005:AT4818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant, voormalig taxichauffeur, werd op 3 september 1998 arbeidsongeschikt wegens spierverkrampingen en psychische klachten. Het UWV weigerde op 14 september 1999 een WAO-uitkering toe te kennen, omdat de beperkingen volgens de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige onvoldoende waren vastgesteld. Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn psychische beperkingen werden onderschat.
In eerste aanleg oordeelde de rechtbank Arnhem dat de vastgestelde belastbaarheid juist was, mede gebaseerd op het rapport van psychiater D. Kok. Appellant stelde echter in hoger beroep dat zijn beperkingen niet volledig waren erkend. De Raad liet daarom een aanvullend deskundigenonderzoek uitvoeren door psychiaters Nabarro en Neve, die ernstige psychiatrische stoornissen vaststelden en concludeerden dat appellant op de datum in geding niet in staat was de functies te vervullen.
Het UWV reageerde met een rapport van bezwaarverzekeringsarts Joosten, die stelde dat de gezondheidstoestand na de datum was verslechterd en dat het medicijngebruik de onderzoeksresultaten beïnvloedde. Na nadere toelichting handhaafde Joosten zijn standpunt. De Raad hechtte echter doorslaggevende waarde aan het rapport van Nabarro en Neve vanwege het uitgebreide onderzoek en concludeerde dat het bestreden besluit op een ontoereikende medische grondslag berustte.
De Raad vernietigde het besluit en de aangevallen uitspraak, en beval het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen.