ECLI:NL:CRVB:2005:AT4905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WW-uitkering wegens benadelingshandeling en hernieuwde beslissing opgelegd
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarbij hem de WW-uitkering werd ontzegd wegens een vermeende benadelingshandeling over de periode van 1 januari 2003 tot 3 februari 2003. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.
Tijdens de zitting van de Centrale Raad van Beroep bracht de gedaagde partij naar voren dat het besluit van 14 januari 2003 wordt herroepen en dat appellant alsnog in aanmerking komt voor een WW-uitkering vanaf 1 januari 2003. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit niet in stand kon blijven en vernietigde zowel het bestreden besluit als de aangevallen uitspraak van de rechtbank.
De Raad veroordeelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van de proceskosten van appellant in zowel eerste aanleg als hoger beroep en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing op bezwaar.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt opgedragen opnieuw te beslissen op bezwaar.