ECLI:NL:CRVB:2005:AT4951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onjuiste verblijfplaatsinformatie
Appellant ontving bijstand vanaf 1995 en huurde vanaf december 1997 een woning. Naar aanleiding van anonieme tips startte de sociale recherche een onderzoek naar zijn verblijfplaats. Uit het onderzoek bleek dat appellant niet of nauwelijks op het opgegeven adres verbleef, onder meer door laag water- en energieverbruik en meerdere onaangekondigde huisbezoeken waarbij hij niet werd aangetroffen.
Gedaagde trok het recht op bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de te veel ontvangen bijstand terug. Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad vernietigde het boetebesluit omdat de boete later door gedaagde werd ingetrokken.
De Raad oordeelde dat appellant onjuiste of onvolledige gegevens had verstrekt over zijn hoofdverblijfplaats, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De terugvordering van de bijstand was terecht. De verklaringen van buurtbewoners en familie stroken niet met de overige feiten en werden niet gevolgd. De Raad veroordeelde de gemeente in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Intrekking en terugvordering bijstand bevestigd, boete vernietigd, gemeente veroordeeld in proceskosten.