ECLI:NL:CRVB:2005:AT5070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering ten onrechte toegekende WAO-uitkering
Appellant werd geconfronteerd met een terugvordering van een bruto bedrag van €23.741,96 wegens ten onrechte toegekende WAO-uitkering over de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 juli 2001. Het bezwaar van appellant tegen deze terugvordering werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep van appellant daarop eveneens ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij slechts het netto bedrag van €17.165,09 had ontvangen en niet bereid was meer terug te betalen zonder duidelijkheid over de ingehouden loonheffing en het fiscale voordeel. De Raad oordeelde dat deze stelling geen grond bood om de eerdere uitspraak te vernietigen. De Raad nam mee dat appellant zelf had berekend dat het bruto toegekende bedrag €25.482,67 bedroeg en dat de door het UWV erkende gegevens deze berekening bevestigden.
De Raad concludeerde dat appellant niet tekort was gedaan met de terugvordering van het bruto bedrag. Er waren geen gronden voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep van appellant werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van het bruto bedrag van €23.741,96 wordt bevestigd.