ECLI:NL:CRVB:2015:2708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bruto Ziektewet-uitkering door UWV
Appellante ontving ten onrechte een Ziektewet-uitkering over een periode waarin zij ook een WW-uitkering had ontvangen. Het UWV beëindigde de ZW-uitkering en vorderde een bedrag van €13.493,81 bruto terug. Appellante maakte bezwaar tegen de terugvordering, stellende dat het bedrag netto had moeten worden teruggevorderd vanwege een fout van het UWV.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV op grond van artikel 33 ZW Pro verplicht is de teveel betaalde uitkering terug te vorderen en dat het terugvorderen van een bruto bedrag terecht is. In hoger beroep betoogde appellante dat het terugvorderen van een bruto bedrag in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het UWV beleid voert waarbij bruto wordt teruggevorderd, maar dat binnen hetzelfde belastingjaar een netto terugbetaling kan volstaan. Dit beleid is in lijn met vaste rechtspraak, ongeacht of de fout bij het UWV ligt. Ook is geen sprake van ontneming van een bestaand eigendomsrecht door de terugvordering. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van een bruto bedrag door het UWV bevestigd.