ECLI:NL:CRVB:2005:AT5079
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bijzondere bijstand voor verhuiskosten wegens ontbreken noodzaak verhuizing
Appellante heeft bijzondere bijstand gevraagd voor kosten die voortvloeien uit haar verhuizing van een driekamer- naar een vierkamerwoning, waaronder dubbele huur en woninginrichting. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage wees dit verzoek af omdat de noodzaak van de verhuizing niet was aangetoond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het standpunt van appellante beoordeeld dat de verhuizing noodzakelijk was vanwege de onhoudbare woonsituatie en bedreigingen van haar ex-partner. De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie in de oude woning zodanig was dat verhuizen noodzakelijk was, noch dat de bedreigingen zodanig waren dat zij direct moesten leiden tot verhuizing.
De Raad benadrukte dat het procesrecht van de Algemene wet bestuursrecht het aanvoeren van nieuwe feitelijke gronden in beroep toestaat, maar dat deze nieuwe grond niet tot een ander oordeel leidt. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs voor de noodzaak van de verhuizing, is de afwijzing van de bijzondere bijstand terecht. De Raad bevestigde daarom het eerdere vonnis en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor verhuiskosten wordt bevestigd wegens het ontbreken van aantoonbare noodzaak van de verhuizing.