ECLI:NL:CRVB:2005:AT5200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WW-uitkering ondanks bezwaar over vakantiedagencompensatie
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag waarin het beroep tegen de beëindiging van zijn WW-uitkering per 9 juni 2003 ongegrond werd verklaard. Het bezwaar van appellant richt zich op het ontbreken van de mogelijkheid om rechtens opneembare vakantiedagen met behoud van uitkering over meerdere kalenderjaren binnen een werkloosheidsperiode te compenseren.
De Raad stelt vast dat het bestreden besluit niet ziet op de vaststelling of nabetaling van niet-genoten vakantiedagen, maar uitsluitend op de beëindiging van de WW-uitkering vanwege het aanvaarden van werkzaamheden. Hierdoor kunnen de bezwaren van appellant met betrekking tot vakantiedagen niet slagen.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het bezwaar ongegrond. Er zijn geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door mr. H.G. Rottier, in aanwezigheid van griffier P. Boer, op 6 april 2005.
Uitkomst: De beëindiging van de WW-uitkering per 9 juni 2003 wordt bevestigd en het bezwaar afgewezen.