ECLI:NL:CRVB:2005:AT5219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering en terugvordering wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid
Appellant ontving sinds 1992 een bijstandsuitkering, welke vanaf 1996 onder de Algemene bijstandswet viel. Na een onderzoek van de sociale recherche bleek dat appellant werkzaamheden had verricht voor een werkgever zonder dit te melden aan het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven. Dit leidde tot een besluit tot intrekking van de bijstand over de periode 1 juli 1997 tot 30 juni 1998 en terugvordering van kosten over 1 januari 1996 tot 30 juni 1998.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat voldoende was vastgesteld dat appellant arbeid had verricht en inkomsten had ontvangen zonder dit te melden, en dat appellant zijn stelling van persoonsverwisseling onvoldoende aannemelijk had gemaakt. In hoger beroep voerde appellant opnieuw aan dat hij niet werkzaam was geweest en lichamelijk niet in staat was om te werken.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en verwierp de nieuwe argumenten van appellant. Tevens oordeelde de Raad dat geen dringende redenen bestonden om af te zien van intrekking of terugvordering. De Raad bevestigde daarom het bestreden vonnis en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering van kosten worden bevestigd.