ECLI:NL:CRVB:2005:AT5235
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onvoldoende arbeidskundige beoordeling
Appellant, die sinds 1992 arbeidsongeschikt is door cognitieve beperkingen na een auto-ongeval, ontving een WAO-uitkering van 15 tot 25%. Na een hartinfarct in 2000 werd vastgesteld dat deze nieuwe beperking een andere oorzaak had dan de oorspronkelijke. De UWV handhaafde het uitkeringspercentage zonder nieuwe arbeidskundige beoordeling.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij sinds april 1999 alleen verzekerd was op grond van artikel 7b van de WAO en dat de toename van zijn beperkingen niet was meegenomen in de beoordeling. De Raad concludeerde dat de toename van beperkingen voortkomt uit een andere oorzaak dan de oorspronkelijke en dat de arbeidskundige component niet was herbeoordeeld, terwijl het inkomen waarop de oorspronkelijke beoordeling was gebaseerd niet meer van toepassing was.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het UWV een nieuwe beslissing moet nemen met een nieuwe arbeidskundige beoordeling. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen met een nieuwe arbeidskundige beoordeling.