ECLI:NL:CRVB:2005:AT5418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving sinds 1987 een bijstandsuitkering en deze werd aangepast toen zij ging samenwonen. Na een onderzoek door het Instituut sociale recherche, naar aanleiding van een tip, concludeerde het college dat appellante en haar partner inkomsten uit werkzaamheden hadden verzwegen, wat een schending van de inlichtingenverplichting opleverde.
Het college trok de bijstandsuitkering in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelt appellante dat de uitgaven hoger waren dan de inkomsten en dat de terugvordering disproportioneel is.
De Raad oordeelt dat het college terecht concludeerde dat er sprake was van verzwegen inkomsten en daarmee een schending van de inlichtingenverplichting. Echter ontbreekt een deugdelijke motivering voor de intrekking van de bijstand, omdat niet is vastgesteld of appellante daadwerkelijk niet bijstandsbehoevend was. Daarom vernietigt de Raad het besluit tot intrekking, maar laat de terugvordering van de kosten van bijstand in stand. De gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de terugvordering van de bijstandskosten blijft in stand.