ECLI:NL:CRVB:2005:AT5420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens niet vervulde wachttijd arbeidsongeschiktheid
Appellante, een voormalige lerares, meldde zich op 1 december 1999 ziek vanwege psychische klachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde haar een WAO-uitkering toe te kennen omdat zij niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt was geweest, de vereiste wachttijd voor de WAO.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat onvoldoende medische aanwijzingen bestonden voor een psychiatrische pathologie. In hoger beroep voerde appellante aan dat er wel sprake was van arbeidsongeschiktheid op psychiatrische gronden en verzocht om een deskundigenonderzoek.
De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater die concludeerde dat appellante sinds december 1999 leed aan een aanpassingsstoornis met depressieve kenmerken, waarvan zij na enkele maanden hersteld was. Er was geen periode van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid aan te wijzen.
De Raad hechtte aan dit oordeel doorslaggevende waarde en zag geen reden tot nader onderzoek. De eerdere weigering van de WAO-uitkering werd bevestigd omdat de wachttijd niet was vervuld.
De uitspraak werd op 4 mei 2005 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het niet vervullen van de 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid.