ECLI:NL:CRVB:2005:AT5427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Terugvordering teveel betaalde bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellant werd mede aansprakelijk gesteld voor terugvordering van teveel betaalde bijstand aan een huisgenoot over de periode van 1 juli 1997 tot 1 mei 2000. De gemeente had aanvankelijk een bedrag van f 46.166,94 teruggevorderd, later verlaagd naar f 17.885,11. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant grotendeels ongegrond, maar de Raad oordeelt anders.
De Raad stelt vast dat appellant alleen belanghebbende is voor het deel van de terugvordering dat op hem is gericht en dat hij alleen aansprakelijk kan worden gehouden als hij in die periode een gezamenlijke huishouding voerde met de huisgenoot. Voor de periode tot 1 januari 1999 is onvoldoende feitelijke grondslag voor gezamenlijke huishouding, maar voor de periodes 1 januari 1999 tot 30 april 1999 en 1 oktober 1999 tot 30 april 2000 wel.
Omdat de huisgenoot haar inlichtingenplicht niet is nagekomen, is het terecht dat de bijstand mede wordt teruggevorderd van appellant over die periodes. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover het appellant betreft en beveelt een nieuw besluit. Tevens veroordeelt de Raad de gemeente in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt gegrond verklaard en het besluit tot terugvordering wordt vernietigd voor zover het appellant betreft, met opdracht tot een nieuw besluit.