ECLI:NL:CRVB:2005:AT5437

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 april 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05-1234 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 2a ZWArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Belanghebbende bij besluit weigering ziekengeld en beoordeling arbeidsongeschiktheid

Appellant is in hoger beroep gekomen tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin een bezwaar van gedaagde tegen een besluit van weigering van ziekengeld aan een werkneemster werd behandeld.

Het besluit van 7 oktober 2002 weigerde ziekengeld aan de werkneemster omdat haar arbeidsongeschiktheid niet het gevolg was van zwangerschap of bevalling. Gedaagde maakte bezwaar, maar dit werd bij besluit van 8 januari 2003 niet-ontvankelijk verklaard omdat gedaagde niet als belanghebbende werd aangemerkt.

De Raad overweegt dat volgens artikel 1:2 Awb Pro belanghebbende degene is wiens belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken. De werkgever is doorgaans belanghebbende bij besluiten over ziekengeld van werknemers, behalve wanneer artikel 2a Ziektewet van toepassing is. Dit artikel, dat toen nog gold, bepaalt dat bij besluiten over het bestaan of voortbestaan van ongeschiktheid tot werken, belanghebbende alleen de werknemer is.

De Raad bevestigt dat artikel 2a Ziektewet ook geldt voor besluiten over de aard en oorzaak van arbeidsongeschiktheid, zoals in dit geval. Daarom was gedaagde geen belanghebbende en was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep van de werkgever wordt ongegrond verklaard omdat zij geen belanghebbende is bij het besluit tot weigering van ziekengeld.

Uitspraak

05/1234 ZW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], appellant,
en
[gedaagde] te [woonplaats], gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Appellant is op bij beroepschrift aangevoerde gronden in hoger beroep gekomen van een onder dagtekening 3 januari 2004 door de rechtbank te Rotterdam tussen partijen gegeven uitspraak (reg.nr.: ZW 03/415 VRLK), waarnaar hierbij wordt verwezen.
Namens gedaagde heeft mr. P.S. Jonker, advocaat te Voorburg, hierop bij brief van 29 maart 2005 van verweer gediend.
Desgevraagd hebben partijen toestemming gegeven de behandeling van het geding ter zitting van de Raad achterwege te laten.
II. MOTIVERING
Bij besluit van 7 oktober 2002 heeft appellant geweigerd aan [naam werkneemster], werkneemster van gedaagde, ziekengeld te verstrekken omdat de werkneemster niet als gevolg van haar zwangerschap of bevalling ongeschikt wordt geacht tot het verrichten van haar arbeid.
Namens gedaagde is daartegen bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 8 januari 2003, hierna: het bestreden besluit, heeft appellant het bezwaar van gedaagde kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat gedaagde niet als belanghebbende bij het besluit van 7 oktober 2002 is aan te merken.
De Raad overweegt als volgt.
Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Bij uitspraak van 24 september 2002 (JB 2002, 342) heeft de Raad als zijn oordeel gegeven dat de werkgever ten aanzien van een besluit omtrent aanspraken van een werknemer op ziekengeld, als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid moet worden beschouwd. Dit oordeel geldt niet, indien de uitzondering van artikel 2a van de Ziektewet (ZW) van toepassing is.
Het met ingang van 1 maart 2003 vervallen artikel 2a van de ZW luidde als volgt: Bij een besluit ingevolge deze wet dat betrekking heeft op het al dan niet bestaan of voortbestaan van de ongeschiktheid tot werken is belanghebbende degene op wiens aanspraken het besluit betrekking heeft.
De Raad heeft bij uitspraak van 1 oktober 2003, gepubliceerd in RSV 2003/315, als zijn oordeel gegeven dat artikel 2a van de ZW niet alleen betrekking had op besluiten waarbij in geschil is of al dan niet sprake is van ongeschiktheid tot werken, maar eveneens op besluiten waarbij aard en oorzaak van de ongeschiktheid aan de orde zijn. Het bij de aangevallen uitspraak gegeven oordeel van de rechtbank dat artikel 2a van de ZW niet op laatstgenoemde categorie van geschillen ziet, wordt derhalve door de Raad niet gedeeld.
Aan het besluit van 7 oktober 2002 ligt een beoordeling van de aard en oorzaak van de ongeschiktheid tot werken van de werkneemster [naam werkneemster] ten grondslag. Ten tijde in geding was artikel 2a van de ZW nog van toepassing, zodat gedaagde als werkgeefster bij dit besluit geen belanghebbende was.
Uit het vorenstaande vloeit voort dat de vernietiging van het bestreden besluit door de rechtbank geen standhoudt. Appellant heeft gedaagde bij dit besluit terecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het inleidend beroep ongegrond.
Aldus gegeven door mr. Ch. van Voorst in tegenwoordigheid van mr. A. Wentzel als griffier een uitgesproken in het openbaar op 27 april 2005.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) A. Wentzel.