ECLI:NL:CRVB:2002:AE8200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- Ch. J.G. Olde Kalter
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar werkgever tegen weigering ziekengeld op grond van Ziektewet
De zaak betreft een geschil over de ontvankelijkheid van het bezwaar van een werkgever tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om geen ziekengeld uit te keren over een periode waarin de werkgever de arbeidsongeschiktheid van een werknemer te laat heeft gemeld. De werknemer was arbeidsgehandicapt en in dienst bij de werkgever toen hij arbeidsongeschikt werd.
De rechtbank had het bezwaar van de werkgever niet-ontvankelijk verklaard, omdat de werkgever volgens het bestreden besluit geen rechtstreeks belang had bij het Ziektewetbesluit. De Centrale Raad van Beroep stelt echter dat de werkgever wel degelijk een rechtstreeks belang heeft, omdat het besluit gevolgen heeft voor de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever op grond van het Burgerlijk Wetboek. De loondoorbetalingsverplichting kan niet worden verminderd met het ziekengeld dat niet wordt uitbetaald.
De Raad benadrukt het samenhangende stelsel van inkomensbescherming waarbij de Ziektewet als vangnet fungeert en de verantwoordelijkheid voor loondoorbetaling bij de werkgever ligt. De werkgever heeft een financieel belang bij het tijdig melden van ziekte, omdat bij te late melding het ziekengeld niet wordt uitbetaald en de werkgever het volledige loon moet doorbetalen. Daarom is de werkgever belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en is het bezwaar ontvankelijk. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het bestreden besluit vernietigd.
Uitkomst: De werkgever is belanghebbende en ontvankelijk in het bezwaar tegen het besluit tot weigering van ziekengeld; het bestreden besluit wordt vernietigd.