ECLI:NL:CRVB:2005:AT5439
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding termijn ziekengelduitkering
Appellante, werkgever van een werknemer die ziekgemeld was, kreeg van het UWV besluiten dat aan de werknemer geen ziekengeld werd toegekend omdat de werkgever loon moest doorbetalen. Appellante diende haar bezwaar ruim na de wettelijke termijn van zes weken in. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep verklaarden het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
De Raad oordeelde dat de besluiten voldoende kenbaar waren als besluiten met rechtsgevolg. Het ontbreken van een rechtsmiddelenverwijzing in de besluiten en het feit dat de loonadministrateur van appellante telefonisch contact had met het UWV zonder gewezen te worden op bezwaar, waren onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
Appellante had stilgezeten tussen ontvangst van de besluiten en het indienen van het bezwaar, terwijl zij erop mocht vertrouwen dat een formeel besluit met rechtsmiddelenverwijzing zou volgen. De Raad vond geen reden om de termijnoverschrijding te verontschuldigen en bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering van ziekengeld is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.