ECLI:NL:CRVB:2005:AT5441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen bijstandsuitkering van november 1998 tot december 2001. Tijdens een heronderzoek ontstond het vermoeden dat appellant werkzaamheden verrichtte in de autohandel zonder dit op te geven. De Sociale Recherche stelde een onderzoek in, waarna het College van burgemeester en wethouders bij besluit van 15 mei 2002 de bijstand over juni 2000 tot oktober 2001 introk en de kosten terugvorderde wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de werkzaamheden als op geld waardeerbare activiteiten moesten worden opgegeven, ook al waren ze als diensten aan familie en vrienden gekwalificeerd. Appellanten hadden melding moeten maken, zodat de gemeente onderzoek kon doen naar eventuele inkomsten. Het ontbreken van een boekhouding maakte het onmogelijk het recht op bijstand vast te stellen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Ook al was appellant strafrechtelijk vrijgesproken van overtreding van artikel 141 Abw Pro en artikel 225 Sr Pro, dit deed niet af aan de bestuursrechtelijke beoordeling. De Raad bevestigde het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens niet gemelde werkzaamheden wordt bevestigd.