ECLI:NL:CRVB:2005:AT5447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Geen zorgplicht gemeente wegens gelijkstelling verblijf met AWBZ-instelling
Appellante, verstandelijk en lichamelijk gehandicapt, woonde in een appartement binnen een woon-zorgcomplex dat deels wordt beheerd door een AWBZ-toegelaten instelling. Zij vroeg via de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) om woonvoorzieningen en vergoeding van dubbele huur, welke door de gemeente werden afgewezen omdat haar verblijf gelijkgesteld werd met dat in een AWBZ-instelling.
Appellante voerde aan dat zij zelfstandig woont, haar zorg grotendeels zelf regelt en betaalt via een persoonsgebonden budget, en dat haar appartement niet onder de AWBZ-toelating valt. De gemeente stelde dat het gaat om een instelling met een AWBZ-toelating en dat het merendeel van de bewoners AWBZ-gefinancierd is, waardoor geen zorgplicht volgens de Wvg bestaat.
De Raad oordeelde dat ondanks het feit dat appellante haar zorg zelf organiseert en betaalt, haar verblijf en zorg in het complex in overwegende mate overeenkomen met die van AWBZ-bewoners. Dit maakt dat haar verblijf gelijkgesteld moet worden met een AWBZ-instelling, waardoor de gemeente geen zorgplicht heeft. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat het verblijf van appellante gelijkgesteld wordt met een AWBZ-instelling, waardoor de gemeente geen zorgplicht heeft onder de Wvg.