ECLI:NL:CRVB:2005:AT5518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Toepassing opzegtermijn bij overname betalingsverplichtingen failliete werkgever
Werknemer, die op 1 januari 1999 ouder was dan 45 jaar, verzocht het Uwv om de achterstallige betalingsverplichtingen van zijn failliet verklaarde werkgever over te nemen met toepassing van Hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet (WW). Het Uwv weigerde het loon over de opzegtermijn die zes weken overschreed over te nemen, verwijzend naar artikel 64 WW Pro en artikel 40 Faillissementswet Pro (Fw).
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat artikel XXI van de Wet Flexibiliteit en zekerheid, dat een overgangsregeling bevat voor werknemers van 45 jaar en ouder met een langere opzegtermijn, ook bij de opzegtermijn door de curator moet worden betrokken. De Raad oordeelde dat het Uwv ten onrechte de over te nemen betalingsverplichting heeft gemaximeerd op zes weken.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het Uwv een nieuwe beslissing moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het Uwv veroordeeld in de proceskosten en werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het Uwv moet de betalingsverplichting over de langere opzegtermijn voor werknemers van 45 jaar en ouder overnemen.