ECLI:NL:CRVB:2005:AT5553
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering erkenning als burgeroorlogsslachtoffer wegens ontbreken oorlogsgeweld
Eiser, geboren in 1933 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht in juni 2003 om erkenning als burgeroorlogsslachtoffer en een toeslag op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Hij stelde dat hij door oorlogservaringen gezondheidsklachten had opgelopen, waaronder gedwongen tewerkstelling en mishandeling door een Japanse bewaker, en dat hij betrokken was bij bombardementen.
Verweerster wees het verzoek af omdat niet was gebleken dat eiser is getroffen door oorlogsgeweld zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet. De Raad concludeerde dat de vlucht naar de bergen niet onder levensbedreigende omstandigheden plaatsvond, dat de betrokkenheid bij bombardementen niet vaststond en dat de tewerkstelling niet gedwongen buitenshuis was. Ook ontbrak objectieve bevestiging van de mishandeling.
De Raad benadrukte dat erkenning gebonden is aan specifiek omschreven oorlogservaringen en dat een eigen verklaring onvoldoende is zonder aanvullende gegevens. Een medische beoordeling was niet aan de orde omdat niet was vastgesteld dat de gebeurtenissen onder de Wet vielen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep op erkenning als burgeroorlogsslachtoffer wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van bewijs van oorlogsgeweld.