ECLI:NL:CRVB:2005:AT5557
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering gelijkstelling als vervolgd persoon op grond van Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Eiser, geboren in 1934 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht verweerster in februari 2003 om erkenning als vervolgd persoon voor een periodieke uitkering en huishoudelijke hulp op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Hij stelde dat hij onder kommervolle omstandigheden de oorlogsjaren had doorgebracht nadat zijn vader door de Japanse bezetter was weggevoerd.
Verweerster wees de aanvraag af omdat niet was vastgesteld dat eiser vervolging in de zin van de Wet had ondergaan en de omstandigheden niet vergelijkbaar waren met vervolging. Tevens voldeed eiser niet aan de nationaliteits- en territorialiteitsvereisten. Eiser stelde dat hij op grond van algemene informatie in een brochure aanspraken kon maken, maar de Raad oordeelde dat concrete omstandigheden beoordeeld moeten worden.
De Raad concludeerde dat eiser geen vrijheidsberoving had ondergaan zoals vereist en dat de weigering om hem gelijk te stellen op goede gronden berust. Ook het verzoek tot uitbetaling van achterstallig soldij viel buiten het bereik van de Wet. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering om hem als vervolgd persoon te erkennen is ongegrond verklaard.