ECLI:NL:CRVB:2005:AT5562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugwijzing zaak over vaststelling gedifferentieerde WAO-premie wegens onjuiste procedure rechtbank
Appellante stelde hoger beroep in tegen het besluit van de rechtbank Utrecht inzake de vaststelling van de gedifferentieerde WAO-premie over 2001. De rechtbank had afzonderlijk beslist over procedures met betrekking tot voormalige werknemers, wat volgens de Centrale Raad onjuist was.
De Raad oordeelde dat de rechtbank de procedures betreffende de voormalige werknemer die bepalend was voor de premie in één procedure had moeten betrekken. Het besluit tot vaststelling van de premie moet voldoen aan de eisen van artikel 6 EVRM Pro, waaronder hoor en wederhoor en toetsing van de inhoudelijke gronden.
De Raad constateerde dat het ontbreken van bezwaar- en beroepsmogelijkheden tegen besluiten van vóór 1 januari 1998 strijdig is met artikel 6 EVRM Pro, omdat daardoor de inhoudelijke toetsing van de premiegrondslag wordt belemmerd. Daarom moet artikel 87e van de WAO buiten toepassing worden gelaten in deze gevallen.
De Raad vernietigde het bestreden vonnis, wees de zaak terug naar de rechtbank Utrecht en veroordeelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voorwaardelijk in de proceskosten van appellante. Tevens moet het griffierecht worden vergoed.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Utrecht.