ECLI:NL:CRVB:2005:AT5740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing geheimhoudingsbepaling bij medische stukken in WAO-premiedifferentiatie
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak waarin haar beroep op inzage in medische stukken werd afgewezen vanwege de geheimhoudingsbepaling in artikel 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad bevestigde dat alleen een gemachtigde die advocaat of arts is, of die bijzondere toestemming heeft, kennis mag nemen van deze medische gegevens. Het gebruik van hulppersonen, zoals arbeidsdeskundigen, is toegestaan mits bijzondere toestemming wordt gevraagd.
De Raad oordeelde dat het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene zwaarder weegt dan het belang van appellante bij inzage. Daarnaast verwierp de Raad het betoog dat de toekenning van een WAO-uitkering wegens complicaties bij zwangerschap nadelig is voor vrouwen en leidt tot discriminatie bij werkgevers. De wetgeving maakt geen onderscheid naar geslacht en het premiedifferentiatiestelsel is niet in strijd met internationale verdragen.
De Raad benadrukte dat de arbeidsongeschiktheid van betrokkene op medische gronden is vastgesteld en dat er geen sprake is van beleidsvrijheid bij de uitvoering van de premiedifferentiatieregeling. De aangevochten uitspraak werd bevestigd en er werd geen aanleiding gezien om toepassing van artikel 8:75 Awb Pro te overwegen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond.