ECLI:NL:CRVB:2005:AT5743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Weigering bijstandsuitkering wegens niet aanvaarden passende arbeid zonder medische gronden
Appellant ontving bijstand sinds januari 2001 en kreeg per besluit van mei 2002 een maatregel opgelegd wegens het weigeren van passende arbeid, namelijk een functie als mini/midi kraanmachinist bij Kraanbedrijf Boonstra. Ondanks een uitnodiging voor een gesprek met de werkgever weigerde appellant dit en meldde zich ziek. De gemeente had echter een concreet werkaanbod gedaan dat aansloot bij zijn kwalificaties.
De rechtbank had het bezwaar tegen de maatregel afgewezen, waarna appellant hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen medische gronden had aangetoond die het weigeren van het aanbod rechtvaardigden. De functie was passend en specifiek toegesneden op zijn ervaring. De weigering van passende arbeid leidde tot een maatregel van twee maanden bijstandsweigering, conform de wettelijke voorschriften.
De Raad vond geen aanleiding tot matiging van de maatregel en bevestigde het eerdere oordeel. Er waren geen dringende redenen om af te zien van de maatregel. De uitspraak werd bevestigd en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijstand wegens het niet aanvaarden van passende arbeid zonder medische gronden.